Duurzaamheid houdt niet op bij materiaalgebruik en goede isolatie. Bij de bouw van basisschool De Sokkerwei in Castricum is er alles aan gedaan om het gebouw op lange termijn duurzaam te laten functioneren: op het gebied van energieverbruik, functionaliteit van en in het gebouw én de sociale functie en uitstraling in de omgeving. Het gebouw, met een kenmerkende cirkelvorm, staat er al vijf jaar, maar is nog steeds een schoolvoorbeeld van hoe het moet.
Toen in 1999 het idee voor de bouw van een duurzaam schoolgebouw ontstond, betekende duurzaamheid voornamelijk ‘voldoen aan de eisen die een energielabel stelt’. Tijdens de ontwikkeling van de plannen vormde zich een breder begrip: de school zou niet alleen qua materiaalkeuze milieuvriendelijk moeten zijn, hij moest dat ook zijn in het gebruik en voor de omgeving. Het begrip ‘sociale duurzaamheid’ ontstond: de plaats van de school in de omgeving en een combinatie van functies in het gebouw.
‘Het moest geen verstophoek worden, zoals oorspronkelijk gepland’, verklaart architect Maarten Overtoom het begrip. ‘Door de leerfunctie te combineren met wonen, is er sociale controle, ook op momenten dat de school niet voor zijn primaire functie wordt gebruikt.’ Zo bevindt zich een parkeergarage onder het gebouw en zijn er naschoolse opvang en een dokterspraktijk in gehuisvest.
De duurzaamheid in het gebruik is op twee manieren te interpreteren. Het gebouw is dankzij allerlei maatregelen en voorzieningen uiterst zuinig met energie, maar Overtoom ziet ook de flexibiliteit in de indeling als duurzaam. Toekomstige veranderingen in aantallen leerlingen of onderwijsconcepten zijn op te vangen dankzij een uitgekiende indeling: de vanwege de cirkelvorm radiaal geplaatste dragers zijn van kalkzandsteen en hogesterktebeton, de andere wanden zijn eenvoudig weg te halen. ‘We hebben alle ambities waargemaakt. De school krijgt veel aandacht; het is een voorbeeldschool geworden’, zegt Overtoom trots.
Haalbaarheidsstudie
Het duurzame concept kwam er natuurlijk niet zomaar. Vooraf heeft ECN Petten in opdracht van Senternovem een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. In het onderzoeksrapport is een aantal varianten met mogelijke maatregelen en installaties met elkaar vergeleken en doorgerekend.
Niet alleen duurzaamheid en CO2-uitstoot zijn in die berekeningen meegenomen, ook aanleg- en gebruikskosten. Op basis daarvan is gekozen voor het terugdringen van de warmtebehoefte door goede isolatie - de EPC van 0,66 is twee keer lager dan de eis die ten tijde van de bouw gold - en een experimenteel installatieconcept op basis van bestaande elementen. Zo wordt voor de verwarming gebruik gemaakt van passieve zonne-energie en van de lichaamswarmte van de in het gebouw verblijvende personen, waardoor voor aanvullende verwarming (voornamelijk het opwarmen van de school voordat de kinderen komen) slechts twee kleine huis-tuin-en-keukenketels nodig zijn.
Ook is er een balansventilatiesysteem met HR-warmteterugwinning; 90 procent van de school beschikt over individuele naverwarming per vertrek door middel van indirect gestookte lagetemperatuurluchtverwarming en er is vloerverwarming in de centrale hal.
Om het energieverbruik voor verlichting terug te dringen, wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van daglicht. Er is een daglichtafhankelijke dimregeling en aanwezigheidsdetectie om onnodig gebruik van kunstlicht te voorkomen. Voor de opwekking van de benodigde elektriciteit is 80 vierkante meter aan pV-panelen geïnstalleerd. Het plan is die hoeveelheid in de toekomst aan te vullen met nog eens 50 vierkante meter op het dak van het sportlokaal.
De noodzaak tot koeling was toentertijd nog geen aandachtspunt. Er is wel een nachtventilatiesysteem en door middel van grote overstekken boven de ramen op het zuiden wordt te grote zonbelasting voorkomen. De begroeide daken en hoge ruimtes werken bovendien klimaatnivellerend.
Compacte bouw
Het resultaat van de geformuleerde dubo-voorwaarden is een bijzonder gebouw. Om zo compact mogelijk te bouwen met een zo klein mogelijk geveloppervlak, is voor een cirkelvormige opzet gekozen. De cirkel heeft een doorsnede van zo’n 46 meter en is helemaal ‘dichtgebouwd’. De school bevindt zich op de begane grond; de afzonderlijke delen en de naschoolse opvang hebben elk een eigen entree.
Wisselende dakhoogtes en hoog geplaatste ramen in entresols en een lichtstraat zorgen ervoor dat daglicht tot diep in het gebouw doordringt. Reflectie vergroot het rendement ervan. Er is dankzij de ronde opzet weinig gangruimte; de klaslokalen liggen om een centrale hal die voor verschillende doeleinden is te gebruiken.
De twintig woningen en de dokterspraktijk staan op de helft van de ring rondom de lichtstraat, met hun achterkanten en terrassen gericht op de zon. De ontsluiting vindt plaats via vijf gemeenschappelijke trappenhuizen en liften die in een radiale waaier tussen de klaslokalen aan de straat zijn geplaatst.
Het dak van de school vormt in de vorm van een terras of gewoon als uitzicht op de sedumbegroeiing het buitengebied van de woningen. De andere helft van de ring heeft behalve sedum PV-panelen op het op de zon gerichte deel van het dak.
Grijs water
Nieuw voor de tijd dat de school werd gepland, was dat er ook een visie ontstond op de waterproblematiek. De toenemende regenval tijdens heftige buien levert problemen met opname in de grond; een hevige bui kan voor flinke overlast zorgen.
De vegetatie op het dak houdt een deel van het water vast. Een deel ervan verdampt, een ander deel vindt vertraagd zijn weg naar een vijver en komt uiteindelijk pas drie dagen later in het riool terecht. Dankzij die spreiding wordt de capaciteit van het riool veel beter benut. Eigenlijk was het de bedoeling het ‘grijze’ water uit de vijver te hergebruiken, maar strenge regelgeving over onder meer het voorkomen van legionellabesmetting maakte dat destijds onmogelijk. Wel zijn al voorbereidingen getroffen om de wc’s met gefilterd regenwater te spoelen, zoals een heliofytenfilter in en mantelbuizen naar de vijver.
Helaas is, nu de mogelijkheden er in de regelgeving zijn en dergelijke systemen gangbaar zijn geworden, het geld er niet meer om de aanleg te voltooien. Duurzaamheid heeft kennelijk ook grenzen.
ir. Marein Kolkmeijer
Eerste Passief Frisse Brede School: http://t.co/Jf1zvvH6