Een vertrouwde, lichte omgeving, opgeruimde lokalen en plekken om je terug te trekken, een gezond binnenklimaat, buitenlokalen, een avontuurlijk schoolplein en bijzondere chillplekken. Een greep uit hoe leerlingen en leerkrachten hun ‘ideale’ school zien.
In de tentamenhal van het Zernikecollege in Groningen zijn basisschoolleerlingen, middelbare scholieren, studenten en diverse onderwijsexperts op uitnodiging van het Groningse architectenbureau Onix. ‘We willen de hoofdgebruikers zelf, de leerlingen, studenten en leerkrachten, aan het woord laten en er niet alleen met experts over spreken’, aldus architect Karlijn Toebast van Onix.
De middelbare scholieren willen in hun ideale school vooral veel glas en hout. Ook voor hen moet de school een vertrouwde, ruimtelijke omgeving zijn met veel licht en mooie kleuren, maar niet alleen glas en niet te veel kleuren in de lokalen – ‘dat is te druk.’ De scholieren willen voldoende banken om te chillen, binnen en buiten, mits ze bijzonder zijn. En ze willen graag brede gangen, zodat ze ruimte hebben als ze van ene les naar de andere moeten, eventueel zou dat ook buitenom kunnen.
De scholieren hechten aan de vertrouwde klaslokalen. ‘Dan ben je met je eigen klas. Dat is gezellig, je kunt je beter concentreren en beter met elkaar samenwerken, overleggen en dingen uitleggen dan in een grote open ruimte.’ Dat laatste is belangrijk, zo weet een expert. ‘Uit onderzoek blijkt dat leerlingen meer leren van elkaar dan van een leraar. Wel moeten er goede plekken zijn voor scholieren die meer in de stilte willen werken.’
Experts
De experts zijn het erover eens dat het binnenklimaat gezond moet zijn en vooral beïnvloedbaar. Het moet onderdeel zijn van het integrale ontwerp. Bij de keuze moet niet worden uitgegaan van investeringskosten, maar levensduurkosten. ‘Dat vraagt een andere manier van ontwerpen en financieren.’
Duurzaam gebruik van materialen zonder chemische bestanddelen draagt eveneens bij aan een goed klimaat en comfort. Bovendien zijn de kosten van organische materialen aan het einde veel lager, omdat ze geschikt zijn voor hergebruik. Ook moet een school zo worden ontworpen dat de ruimtes flexibel zijn. ‘Geen vakgebied is zo aan verandering onderhevig dan het onderwijs. Daarnaast verschillen de klassen per jaar in grootte. Bovendien zijn er binnen een klas verschillende typen leerlingen, waaronder een toenemend aantal dat zich moeilijk kan concentreren. Voor ontwerpers ligt ook daar een uitdaging’, vindt een docent.
Voor de buitenruimte is een ontwerp wenselijk dat geschikt is voor zowel lessen als pauzes en buitenschoolse opvang.
School in omgeving
De school is onderdeel van het weefsel van een stad of dorp en mag geen eiland zijn in zijn omgeving. Het moet sociaal, functioneel en architectonisch kloppen. Daarvoor moeten partijen in een integraal proces zorgen, en een programma van eisen maken dat niet sec kijkt naar de onderwijsfunctie, maar ook naar de sociale functie.
Algemeen wordt aangenomen dat er voor scholenbouw veel belemmerende regels en kaders zijn, waardoor er weinig ruimte overblijft voor creativiteit en functionaliteit. Louk Heijnders, directeur Service Centrum Scholenbouw, geeft echter aan dat er eigenlijk geen kaders bestaan. ‘Geen wet die iets zegt over vierkante meters. Er zijn twintig jaar oude richtlijnen waarnaar gemeenten grijpen, veelal vanuit gebrek aan eigen deskundigheid.’
Dat is ook vaak de reden dat scholen niet krijgen wat ze willen. Dat dit niet hoeft, bewijst de Michaëlschool in Leeuwarden. De schoolleiding daarvan heeft een jaar nagedacht over hun ideale school. Het ontwerp zonder gangen, maar met een vloeiende ruimte tussen de lokalen en met binnen- en buitenlokalen, komt van Onix. Het nieuwe ROC Leiden, ontworpen door RAU Architecten, wordt een ‘community college’ waarin naast onderwijs ook een sportcentrum, supermarkt, restaurant, bank en een parkeergarage worden ondergebracht.
Bron: Architectuur.nl (Eisma Businessmedia), 10 april 2010
Eerste Passief Frisse Brede School: http://t.co/Jf1zvvH6