(duurzaam) bouwen

RT001 RT002 RT003 RT004 RT005 RT006

‘Beperkingen in wet- en regelgeving moeten scholen niet tegenhouden’

Model voor scholenbouw moet decentraal

Het leer- en leefklimaat op de Nederlandse scholen is nog verre van ideaal, constateerden de deelnemers aan een breed gesprek voor School Inside – inspiratie voor het ideale leerklimaat. De grote vraag: wie neemt het initiatief tot verbetering? De overheid, de school zelf, een andere partij, een combinatie van partijen?

Onder leiding van Sibo Arbeek, hoofdredacteur van het blad Schooldomein, bespraken Paul de Ruiter (architect), Heleen Schuit (Voedingscentrum), Michiel Kulik (initiatiefnemer Happy Healthy School), Eddine Sarroukh (lichtexpert Philips), Theo van den Burger (Algemene Vereniging van Schoolleiders, AVS), Froukje van Dijken (BBA Binnenmilieu) en Richard Bruijne (woonbioloog) voor School Inside de voorwaarden waaraan de ideale leeromgeving moet voldoen.

Initiatief
Richard de Bruijne meent dat de bal vooral bij de scholen zelf ligt. ‘Zij moeten inzien dat er wat aan de huidige leeromgeving moet gebeuren en daarvoor hoeven ze niet altijd de overheid in te schakelen. Beperkingen in wet- en regelgeving zouden scholen niet tegen moeten houden. Ze kunnen bijvoorbeeld ook het bedrijfsleven of bepaalde fondsen inschakelen. Dat biedt mogelijkheden.’

Paul de Ruiter: ‘Daar ben ik het mee eens. Wij hebben een nieuwe school in opdracht die een gezamenlijk initiatief is van het schoolbestuur, verschillende partijen uit de omgeving en de gemeente. Doordat zo veel partijen samenwerken, ontstaan veel nieuwe ideeën.’

‘En dan hoeft het initiatief bij nader inzien dus niet altijd bij de school te liggen’, vervolgt De Bruijne. ‘Ik realiseer me dat in mijn eigen woonplaats een nieuwe woonwijk wordt gebouwd. Het initiatief komt hier van de woningstichting, maar die werkt samen met onder meer schoolbestuur en gemeente. In de wijk is van alles te vinden: een brede school, een groot wijkcentrum, een theatercomplex, een sportzaal, senioren-, servicegerichte en huur- en koopwoningen. Alles is met elkaar samengesmolten; de school maakt bijvoorbeeld gebruik van de sportzaal. Dat komt heel dicht bij een ideale situatie.’
Herziening model
Toch lijkt zo’n aanpak een uitzondering, stelt Theo den Burger. Vanuit zijn betrokkenheid bij AVS is hij bekend met de beperkingen die wet- en regelgeving stellen. ‘Veel schooldirecteuren zouden graag vandaag nog beginnen aan de bouw van een nieuwe school of het verbeteren van een bestaande. Maar dit soort initiatieven komt vaak niet uit met gemeentelijke financiën en wordt daarom op de lange baan geschoven.’

Hij pleit voor een herziening van het bestaande model voor scholenbouw en -onderhoud – een punt waaraan AVS momenteel al werkt. ‘Neem het budget voor onderhoud: dat moet óf helemaal bij de gemeente, óf helemaal bij het schoolbestuur. Wanneer een school in de huidige situatie nieuwe verwarming nodig heeft, moet de gemeente dat eerst toezeggen en begroten. Bij verdere decentralisatie zou het schoolbestuur een bepaald bedrag per jaar ontvangen voor dat soort projecten.’

Voordelen
Die alternatieve aanpak biedt volgens Van den Burger tal van voordelen: ‘Zowel school als gemeente weten precies waar ze aan toe zijn. Het scheelt veel ambtelijke inspanningen, in lijn met wat de landelijke overheid propageert. Schoolbesturen kunnen bijvoorbeeld onderhoudswerk naar voren trekken. Of energiezuinige armaturen plaatsen zonder lastige financiële kunstgrepen. Ik heb in 2006 een prachtige nieuwe school mogen ontwerpen. We hebben het budget voor het latere schilderwerk kunnen gebruiken om onderhoudsarme aluminium dubbele ramen te kunnen plaatsen. En er zijn meer duurzame initiatieven mogelijk.’

Niet van alle markten thuis
De voor die omslag benodigde kennis hoeft volgens de deelnemers aan het rondetafelgesprek zeker niet per se van het bestuur van een school te komen.

Froukje van Dijken: ‘Ik denk dat de opdrachtgever in ieder geval de kennis in huis moet hebben om de juiste mensen bij elkaar te zoeken. Die kennis kan overal vandaan komen: van een gemeente, maar ook van een commerciële partij.’

Theo van den Burger: ‘Als schoolleider mag je blij zijn wanneer je een school mag bouwen. Om dan ook nog eens een idee te hebben van hoe het moet worden, heb je deskundige medewerkers nodig. Schoolbestuurders zijn nu eenmaal niet van alle markten thuis. Maar deskundigheid moet óók weer worden gefinancierd uit het budget van de scholen zelf.’

Integrale aanpak
Samengevat draait het volgens de gesprekspartners dus om samenwerking tussen alle betrokken partijen: een eenvoudige, integrale aanpak die zorgt voor het ontstaan van dynamiek. Met een opdrachtgever die stuurt op alle aspecten die bij bouw en inrichting komen kijken: van acceptatie en middelen tot kwaliteit van het onderwijs.

Theo van den Burger: ‘Eigenlijk zou de schooldirecteur tegelijk maatschappelijk ondernemer moeten zijn. De meeste directeuren richten zich nu nog op de inhoud van het leerprogramma. Vandaar dat steeds meer wordt gevraagd van leden van bestuurscolleges. Je ziet een ander soort mensen instromen: niet meer ‘de leraar die directeur wordt’, maar mensen uit het bedrijfsleven. Ook decentralisatie brengt niet in één klap een oplossing. Er is expertise nodig om de nieuwe situatie goed te organiseren.’


Verwante artikelen

‘Een schooldirecteur heeft wel wat anders aan zijn hoofd dan de do’s and don’ts van duurzaam inkopen’ Lees verder

‘De architect moet integrator en communicator zijn’ Lees verder

Impact duurzaamheid vaak onbekend Lees verder

Andere artikelen

Chris Pachens devies voor interieur vmbo-scholen Lees verder

Maak het onderwijs interactiever; gebruik nieuwe mogelijkheden Lees verder

Vaak ratjetoe aan kleuren Lees verder

Scholen vaak brandgevaarlijk Lees verder

‘Maak leerlingen bewust van verantwoorde voeding’ Lees verder

zoek