Marieke Evers is werkzaam als adviseur op de afdeling Organisatie en Ruimte van ICSadviseurs uit Amsterdam. School Inside sprak haar over haar werk aan de ontwikkeling van oplossingen voor duurzame schoolgebouwen.
‘Een schoolgebouw in het voortgezet onderwijs is veelal wijkoverstijgend en herbergt vaak meerdere functies. Duurzaamheid staat voor kwaliteit en een van de belangrijkste thema’s is de flexibiliteit van het gebouw.’
De nieuwbouw of renovatie van een schoolgebouw vraagt volgens Evers niet om een standaard plan. ‘Schakel je drie architecten in’, zegt ze, ‘dan krijg je drie ontwerpen. Het is de kunst de wensen in kaart te brengen. Dat doen we door middel van workshops met alle belanghebbenden: het onderwijsteam, het ondersteunende personeel, de directie.
Zo ontstaat een toetsdocument, de basis voor het programma van eisen, waar draagvlak voor is en waar je tijdens het hele proces op terug kunt vallen. Waar ben je tevreden over? Wat wil je terugzien? Welke ruimtes heb je echt nodig of zijn flexibel invulbaar? Als daar consensus over is, verloopt het proces makkelijker en is het resultaat vaak beter.’
Ruimtelijk inspelen
Volgens Evers wordt de kwaliteit van het gebouw bepaald door de onderwijsvisie in relatie tot de mate van flexibiliteit. ‘Is het gebouw over tien jaar ook nog flexibel? Juist in het voortgezet onderwijs ontwikkelt de manier van lesgeven zich voortdurend. Daar moet het gebouw klaar voor zijn. Wat me opvalt is dat wanneer het onderwijs om een bepaalde invulling vraagt, dit veel te snel ruimtelijk wordt vertaald. Je kunt wel een speciaal lokaal voor de computers willen, maar waarom de ruimte niet iets groter maken en van laptopkarren gebruik maken zodat het lokaal ook zelfstandig kan functioneren? Als een school steeds ruimtelijk wil inspelen op nieuwe ontwikkelingen, dan heb je eigenlijk elke vijf jaar een nieuw gebouw nodig.’
Ambitieniveau vastleggen
Ook op het gebied van duurzaamheid moet het ambitieniveau vroegtijdig worden bepaald. ‘Doe je dat niet, dan komen er op het laatste moment alleen een paar zonnepanelen op het dak. Juist vanwege de omvang van het gebouw valt zo veel te winnen. Denk aan compact bouwen en een goede oriëntatie op de zon. Vul je de ambitie goed in, dan beschik je over een fundament dat je als een groene draad door het proces loodst.’
Evers constateert dat duurzaam bouwen een veel gebezigd begrip is, terwijl de impact ervan vaak onbekend is. ‘Er is relatief weinig kennis op dit gebied. ‘We willen een CO2-neutraal gebouw’, zegt het schoolbestuur, maar wat is dat? En voor een conciërge wegen andere belangen dan voor een docent. Die wil zijn klaslokaal individueel kunnen aansturen qua zonwering, warmte, licht en ventilatie, terwijl een conciërge pleit voor een centraal systeem omdat hij er niet op zit te wachten ’s avonds alle ruimten nog eens na te lopen.
De vraag naar duurzaamheid is in feite een vraag naar kwaliteit. Geen tijdelijke trend, maar een keuze voor de lange termijn en daar moet je vooraf goed over nadenken. Daar komt in het basis- en voortgezet onderwijs nog bij dat de budgetten voor bouw en exploitatie uit verschillende potjes komen. Je zult alle partijen moeten overtuigen van het belang meer te investeren om het later terug te verdienen. Betrek daar ook het onderwijs bij: wanneer je parameters als het energieverbruik kunt laten zien, kun je er ook in de lessen gebruik van maken.’
Eerste Passief Frisse Brede School: http://t.co/Jf1zvvH6