Hoe belangrijk is de invloed van het ontwerp van het gebouw op het leer- en leefklimaat op de Nederlandse scholen? Ontwerpt de architect vanuit de mens? Of is er iets fundamenteel mis met de manier waarop ontwerp en gebouw tot stand komen? Het bleek ook voor de deelnemers aan een breed gesprek voor School Inside – inspiratie voor het ideale leerklimaat – een lastig te beantwoorden vraag.
Onder leiding van Sibo Arbeek, hoofdredacteur van het blad Schooldomein, bespraken Paul de Ruiter (architect), Heleen Schuit (Voedingscentrum), Michiel Kulik (initiatiefnemer Happy Healthy School), Eddine Sarroukh (lichtexpert Philips), Theo van den Burger (Algemene Vereniging van Schoolleiders, AVS), Froukje van Dijken (BBA Binnenmilieu) en Richard Bruijne (woonbioloog) voor School Inside de voorwaarden waaraan de ideale leeromgeving moet voldoen.
Dienstbaar opstellen
Paul de Ruiter: ‘Als architecten zouden wij altijd van binnen naar buiten moeten ontwerpen, met de mens als beginpunt. Ik geef wel toe dat er nog architecten genoeg zijn voor wie vorm en uiterlijk van een bouwwerk het belangrijkst zijn.’
Froukje van Dijken: ‘Meestal is dat toch ook waar een opdrachtgever om vraagt: een mooi gebouw?’ ‘Misschien wel’, vervolgt De Ruiter, ‘maar het primaire doel is een school te maken waar mensen gelukkig van worden. De architect moet veel meer een integrator en een communicator zijn. Je moet je als architect heel dienstbaar opstellen. Het ethische aspect zou in een tijd waarin scholen duurzaam moeten zijn, minder belangrijk moeten worden. Het zou ons sieren wanneer wij de bouw goedkoper zouden maken als er bijvoorbeeld te weinig geld over dreigt te blijven voor goede isolatie.’
Theo van den Burger poneert in dat verband een prikkelende stelling: ‘De beste architecten zullen geen school bouwen. We hebben in de scholenbouw te maken met het door de overheid opgelegde systeem van aanbesteden, maar daar zou eigenlijk een grote streep doorheen moeten (zie ook het artikel over wie het initiatief zou moeten nemen, red.). Het levert niet de schoolgebouwen op die we willen. Als schoolbestuur kun je niet kiezen voor de architect die voor jou de beste school bouwt.’
(Dag)licht
Wanneer dat wél gebeurt, waar letten architecten dan zoal op? Paul de Ruiter zoekt het vooral in de toetreding van daglicht. ‘Daglicht werkt heel positief op de gemoedstoestand van mensen; het kan je een stuk gelukkiger maken en ‘organiseert’ je bioritme. Verder blijkt dat leerprestaties bij goed licht met 10 tot 20 procent omhoog gaan. Kijk nou eens naar de ruimte waarin wij dit gesprek hebben – waarom doen we de lichten niet uit? Er komt van buiten licht genoeg.’
Betekent dat dat producenten van lichtoplossingen eigenlijk alleen nodig zouden moeten zijn op het moment dat er van nature geen daglicht is? ‘Begrijp me goed, ik vind het goed dat een partij als Philips lichtproducten ontwikkelt en aanbiedt’, aldus De Ruiter, ‘maar besef wel dat dat absoluut niet past in een strategie van energiebesparende maatregelen. Het zou wel zo chique zijn als Philips zou zeggen: gebruik onze lampen zo min mogelijk.’
Eddine Sarroukh reageert onmiddellijk: ‘Ook wij zien daglicht als de belangrijkste bron van licht en ook wij zien daar de voordelen van. We springen alleen bij waar het nodig is. Het licht in dit lokaal bijvoorbeeld is weliswaar toereikend, maar niet dynamisch. Dynamisch licht bootst het licht van buiten na. Het licht verandert tussen zonsopgang en zonsondergang qua kleur en temperatuur. Uit onderzoek is gebleken dat dynamisch licht zorgt dat scholieren 35% sneller lezen en 45% minder fouten maken. Verder vermindert ook het hyperactieve gedrag van kinderen met 76%. Aanvullend licht kan dus naast daglicht wel degelijk een goede functie vervullen.’
Eerste Passief Frisse Brede School: http://t.co/Jf1zvvH6