De invloed van het schoolinterieur op de leerervaring en -prestaties van leerlingen is groot. Een interieur dat past bij de betreffende onderwijssoort en de leeftijd van de leerlingen is daarom cruciaal. Een vmbo-school bijvoorbeeld, moet een interieur hebben dat ‘stimulerend, maar niet te heftig’ is, aldus deskundige Chris Pachen van AGS.
‘In het vmbo wil je leerlingen stimuleren in hun prestaties. Die stimulans wordt gevoed – of geremd – door de omgeving waarin ze de hele dag actief zijn’, zegt Pachen. ‘Het vmbo biedt veelal praktijkgericht onderwijs, dus je moet de praktijkbeleving zo echt mogelijk maken. Dat stimuleert. Zet in bijvoorbeeld de kappersopleiding dan ook een echte kapsalon in plaats van alleen maar een stoel en een spiegel.’
Pachen is inmiddels zo’n 25 jaar interieurarchitect, waarvan de laatste 13 jaar bij architectenbureau AGS. Met deze werkgever heeft hij bijgedragen aan de vormgeving van vele scholen voor zowel basis- als middelbaar en hoger onderwijs. Bij al die schoolsoorten is de structuur van het onderwijs dat er wordt gegeven doorslaggevend voor de gewenste interieurvormgeving. ‘In een vmbo- of lto-school moet je geen heftige kleuren gebruiken. Die leerlingen hebben meer baat bij een omgeving waarin ze tot rust kunnen komen. Op een ROC daarentegen, kun je op een meer ruimte-geledende manier te werk gaan. daar kun je ook gerust ’s een knalrode vloer of muur in gooien.’
Prioriteitenlijst
Een belangrijk risico bij de bouw van nieuwe schoolgebouwen, of die nu bedoeld zijn voor basis-, middelbaar of hoger onderwijs, is dat bij voorbereiding en budgettering het interieur te laag op de prioriteitenlijst staat, leert Pachens ervaring. ‘Wat me bij scholen altijd verbaasd heeft, is dat het interieur pas als laatste in beeld komt, terwijl het voor de gebruikers van het gebouw de meest bepalende belevingsfactor is. Sommige opdrachtgevers zijn er wel alert op, maar in negen van de tien gevallen wordt er eerst een gebouw neergezet en pas in tweede instantie over interieur nagedacht.’
AGS pleit daarom als het om scholenbouw gaat voor wat zij noemt ‘Gesamtkunstwerken’, waarbij stedenbouw, architectuur en interieur in één consistente, vloeiende lijn tot ontwikkeling komen. ‘Helaas heeft de markt zich zo ontwikkeld dat alles in vakjes gestopt wordt. Ook tussen interieur en architectuur is daardoor een knip gekomen. Maar de meest dankbare projecten – zowel voor ons als makers als voor de eindgebruikers – zijn die waarin die knip niet bestaat.’
Eerste Passief Frisse Brede School: http://t.co/Jf1zvvH6